Weet wat je doet…bij pijn aan de kindervoet

David Müskens is gespecialiseerd in het behandelen van (top)turners met zijn eigen ontwikkelde therapie in de turnschoen. Veel kinderen starten al op jonge leeftijd met sporten in de gymzaal. David is ervaren in het behandelen van kinderen met problemen aan de onderste extremiteit. 

De ontwikkeling:
De kindervoet kan niet vergeleken worden met de volwassen voet. Na de geboorte zijn nog niet alle botstructuren in de voet aanwezig. Tevens werken niet alle voet- en beenspieren optimaal. Dit heeft als gevolg dat voetjes van zuigelingen vaak een platte vorm hebben, dit komt omdat er onder de voet een dik vetkussen zit. Baby’s trappelen graag met hun voetjes, hierdoor worden de voetspieren geprikkeld in hun ontwikkeling. Te strakke sokken, te kleine schoenen of te strak ingestopte dekens mogen dit niet belemmeren. 

Rond het eerste levensjaar (10-18 maanden) zal een kind zijn eerste stapjes wagen. Zodra een kind zijn eigen lichaamsgewicht kan dragen zal hij of zij uit zichzelf gaan staan en lopen. Dit mag niet overdreven gestimuleerd worden aangezien de botten nog uit kraakbeen bestaan. Een kind gaat staan en lopen zodra de voet klaar is om het eigen lichaamsgewicht te dragen. Het is normaal dat de benen van baby’s een O-stand hebben. Dit vergemakkelijkt het nog onzekere voortbewegen aangezien het steunvlak wordt vergroot en hierdoor meer stabiliteit wordt gecreëerd. 

Rond het tweede jaar kan tijdens de groei een X-stand van de benen ontstaan. Meestal gaat dit tussen het zesde en het achtste jaar vanzelf over. Ook hebben kinderen in deze leeftijdsfase nog vaak platvoeten. Dit is niets zorgwekkends aangezien de stand van de X-benen zich herstelt  waarna de voeten en benen recht gaan staan. Tevens ontwikkelt zich dan een ‘normale’ voetboog. 

Tot de leeftijd van 8 jaar is er dus geen reden om ongerust te zijn als de stand van de kindervoet niet overeenkomt met wat voor die leeftijd gebruikelijk is. Kinderen geven niet altijd aan wanneer zij pijn hebben. Vaak geeft een plotseling veranderd looppatroon aan dat het kind pijn heeft. Let dus altijd goed op het looppatroon van een kind en neem bij aanhoudende problemen contact op met een huisarts of podotherapeut. Wanneer kinderen voetpijn aangeven verzinnen ze dit meestal niet. Neem het serieus en houd in de gaten waar, wanneer en hoeveel pijn er is. Ook hier: neem bij aanhoudende klachten contact op met een professional. Hieronder volgen drie veel voorkomende klachten.

kindervoet-ontwikkeling

Groeipijn
Het is bekend dat ongeveer 10% van de kinderen last heeft van groeipijnen. Deze groeipijnen zijn het meest voorkomend bij kinderen tussen de 4 en 14 jaar. Tijdens een groeispurt groeien de botten vaak harder dan de spieren. Dit resulteert vaak tot (tijdelijke) spierverkortingen, welke verhoogde spierspanning en een afwijkende biomechanica veroorzaken.

Achillespeesklachten
De achillespees is het uiteinde van twee samenkomende kuitspieren: de M. Gastrocnemius en de M. Soleus. Deze lange pees loopt aan de achterkant van het onderbeen naar beneden en hecht aan op het hielbeen. De achillespees verbindt de sterke kuitspieren met de voet en zorgt ervoor dat men op de tenen kan gaan staan. De achillespees is noodzakelijk om rechtop te kunnen lopen.

Achillespeesklachten kunnen acuut ontstaan aangezien kinderen vaak buiten spelen of sporten. Hierbij heb je vaak te maken met een plotseling start- en stopmoment en vele spring- en draaimomenten. In het acute stadium vertoont de achillespees duidelijk ontstekingsverschijnselen: roodheid, zwelling, warmte en pijn.

pijn achillespees turnen

Men spreekt over een chronische achillespeesblessure wanneer deze langer dan 6 weken aanwezig is.  De pijn bevindt zich meestal  ter hoogte van de aanhechting op de hiel of tot 6 cm hierboven. Chronische klachten ontstaan vaak als gevolg van een afwijkende, hypermobiele voetstand.  Tijdens belasting zakt de voetboog te ver naar beneden en draait het onderbeen te ver naar binnen.  Als gevolg hiervan ontstaan er vergrote trekkrachten aan de achillespees, met als gevolg pijnklachten. Wanneer blijkt dat de afwijkende voetstand de oorzaak is van de klacht is het verstandig podotherapeutische inlegzolen aan te meten met voldoende correctie en eventuele schokdemping. Daarnaast is het erg belangrijk om de kuitspieren goed te rekken.

Morbus Sever
Bij de klacht Morbus Sever bevindt de pijn zich in de groeischijf in de hiel. Deze specifieke pijnklachten komen vaak voor bij actieve kinderen tussen de 8 en 13 jaar. In deze leeftijd is de groeischijf nog niet gesloten. Het hielbeen en de voet zijn nog niet volgroeid. De Latijnse benaming voor hielbeen is Calcaneus. De buitenste schil hiervan noemt men de Apophyse. Een  ontstekingsreactie hiervan wordt ook wel Apophysitis Calcanei genoemd.

kinderpodotherapie

De oorzaken van deze klacht zijn; frequent blootsvoets lopen of intensieve lichamelijke activiteiten zoals buitenspelen of sporten.  Hierbij krijgen de voeten hoge grondreactiekrachten te verduren. Als gevolg hiervan ontstaat er een irritatie van de groeischijf.  Een bijkomende mogelijkheid waardoor de pijn wordt geprovoceerd is de afwijkende stand van het hielbeen. Röntgenfoto’s kunnen de aandoening aantonen, maar vaak zijn de leeftijd van de jonge sporter en de plaats van de pijn al voldoende om de diagnose te kunnen stellen. Wanneer je het hielbeen met één hand omvat en als een soort sinaasappel samenknijpt zal dit als erg pijnlijk worden ervaren. Door middel van het aanmeten van een podotherapeutische inlegzool met voldoende schokdemping achterin worden de grondreactiekrachten drastisch vermindert waardoor kinderen al snel weer hun activiteiten kunnen oppakken.

 

Podotherapeutische zolen:
Samengevat is het tot een jaar of acht niet noodzakelijk om podotherapeutische zolen aan te meten aangezien het kinderlijf dan nog volop in ontwikkeling is. Uitzonderingen hierbij zijn een afwijkend gangpatroon, klagen over pijn of frequent zwikken of struikelen.  Voetversterkende oefeningen kunnen soms ook al de oplossing bieden. 

kinderzolen


Schoenadvies:
 Bij jonge kinderen is blootvoets lopen de beste voetentraining. Het lopen op vuil en erg ongelijk terrein brengt natuurlijk risico’s met zich mee zoals het oplopen van wondjes of verzwikkingen. In deze omstandigheden is het raadzaam schoenen te dragen.

 Een aantal belangrijke punten waar de schoen aan moet voldoen zijn:
 - Een goed stevig omsloten contrefort (hielpartij).
 - Een hoge wreefsluiting om schuiven in de schoen te voorkomen.
 - In verband met de groei en afwikkeling van de voet 1 cm lengtetoegift.
 - De juiste breedtemaat.
 - Een lage brede hak van maximaal 2 cm.
 - Een loopzool met het buigpunt onder de bal van de voet.
 - Bij voorkeur een rubberen zool met profiel aangezien dit meer schokdemping geeft en zorgt voor goede grip met de ondergrond.

Goede schoen:


mooie goede kinderschoen

Slechte schoen:
slechte schoen


Afspraak maken? www.turnintogold.com/contact
Niet alleen voor turn(st)ers. 




Place comment
patient Turnintogold

Innovatieve inlegzolen voor topturner  

Turn(st)ers kampen vaak met chronische blessures. Hierbij maken ze gebruik van tijdelijke therapieën zoals taping en braces welke telkens opnieuw moeten worden aangebracht.  Daarbij wordt de daadwerkelijke oorzaak van de klacht niet aangepakt;  de afwijkende voetstand en voetfunctie.  Om deze aan te pakken is de podotherapeutische inlegzool de ideale oplossing. Maar deze worden alleen gedragen in het dagelijkse schoeisel en niet tijdens het turnen. Terwijl  juist hier  de voeten en knieën de grootste belasting krijgen te verduren. Een speciaal ontwikkelde zooltherapie voor in de turnschoen biedt hiervoor de uitkomst. Daarnaast wordt bij acute klachten een beroep gedaan op de creativiteit van de desbetreffende podotherapeut.

Anamnese

Januari 2016: turner, 10 jaar, welke 8-12 uur per week traint krijgt steeds vaker last van pijn in de hielen beiderzijds. Tijdens ADL zijn de klachten af en toe aanwezig maar de pijn speelt vooral op tijdens het turnen. Hoe hoger de belasting hoe meer pijn. Na een intensieve avondtraining kan de pijn in de ochtend soms ook nog aanwezig zijn met als gevolg een antalgische tenengang. VAS-score 6.


De turntoestellen sprong en vloer leveren de meeste problemen op. Springen en landen veroorzaken de meeste pijn. Vloerelementen worden geoefend op een zachte opblaasbare tumblingbaan. Dit levert meestal geen problemen op. Het uitvoeren van de series zoals arabier-flikflak-salto-1/1 schroef en salto voorover-arabier-streksalto op de vierkante harde vloer veroorzaakt pijn. Soms moet de training op dit toestel dan ook worden gestaakt.

Het uitvoeren van sprong met behulp van een plankoline (combinatie van plank en trampoline) kan ze in de training goed volhouden. Wanneer er met een ‘normale’ harde plank wordt gesprongen kan dit maximaal 6x. Ook het landen op de officiële wedstijdmatten in plaats van in de valkuil met schuimblokken levert pijn op in de hielen.

aanloop-turnen

Eerdere therapieën:
De turner heeft afgelopen maanden in overleg met de train(st)ers en fysiotherapeut allereerst de trainingen aangepast. De vloerseries werden vooral uitgevoerd op de zachte tumblingbaan en de sprong op de plankoline. Per training werden deze maximaal 3 keer geoefend op de officiële wedstrijdtoestellen. Dit verzachte de pijn wel maar wanneer er weer werd opgebouwd naar het oude schema kwam de klacht weer duidelijk opzetten. Pure rust door twee weken niet te trainen gaf hetzelfde resultaat.  
Tevens heeft ze tijdens het turnen nog een soort enkelbrace gedragen waar lichte schokdemping achterin zat maar deze bood onvoldoende resultaat. Cure tape zorgde ervoor dat ze de trainingen iets beter kon volhouden maar was nog niet de oplossing.


Turnen en (literatuur)onderzoek

Uit onderzoek van TNO blijkt dat 35% van de turnblessures ontstaat als gevolg van een verkeerde landing.  Balk, vloer en sprong bevinden zich hierdoor in de top drie van meest blessuregevoelige turntoestellen. Bij een landing  moet het gehele lichaamsgewicht worden opgevangen door een of beide voeten waarbij de turn(st)er in een klap stil moet staan zonder uitstappas. Hierbij werken grote reactiekrachten in op de onderste extremiteit, tot soms wel 15x het lichaamsgewicht. In combinatie met een hoge trainingsintensiteit heeft dit een verhoogd  risico op aandoeningen van de fascia plantaris. Hoe harder de ondergrond hoe nadeliger voor de klacht.

 

Acute klachten ontstaan twee maal zo vaak in trainingen tijdens het voorseizoen dan op wedstrijden. Hier worden vaak hogere risico’s genomen bij het oefenen van nieuwe elementen4. Het beste moment om te trainen is tussen twee en zes uur ’s middags. Hier piekt de spierkracht  met 6% ten opzichte van andere momenten op de dag. Je oog-handcoördinatie is ook het beste aan het eind van de middag. Gewrichten en spieren zijn in de avond zo’n twintig procent flexibeler.


Een turner kan niet jong genoeg beginnen met het ontwikkelen van zijn talent. Een nadeel is dat in de loop der 16 jaar, het tempo van de verwonding in concurrentie was meer dan 2 keer zo hoog als in de praktijk (15,19 versus 6,07 blessures per 1000 atleet-opnamen; rate ratio = 2,5, 95% betrouwbaarheidsinterval [BI] = 2,3, 2,8). Wanneer er op jonge leeftijd te hoge inspanning wordt gevraagd dit zorgt voor verminderde afgifte van hormonen door het endocriene systeem. Dit kan zorgen voor vertraagde groei, verlate puberteit, verlate menstruatie etc. Gelukkig blijkt uit onderzoek dat deze achterstand tijdens rustperioden of op latere leeftijd weer wordt ingehaald. Maar als gevolg van de verlate ontwikkeling kunnen er osteo-articulaire pathologiën ontstaan wat het risico op verstuiking, ontwrichting en fracturen verhoogd. Een ander belangrijk punt wat betreft het lichaam is de verhouding tussen het gewicht en de hoeveelheid kracht bij de turn(st)er. Bij het uitvoeren van een bepaalde  oefening op een  toestel komt er bij de gecoördineerde beweging  explosieve kracht kijken en moet het er tegelijkertijd sierlijk uitzien.  Hoe lichter de massa van het lijf en hoe groter de spiermassa, hoe krachtiger en dynamischer de sporter.




steunzool-turnen

Start 'gewone' podotherapie
Augustus 2015 is er onderzoek verricht door een collega podotherapeut. De meest opvallende bevindingen: calcaneo- en mediotarsusvalgus beiderzijds. Daarnaast is er een lichte genua valga-stand waarbij de patella endotoreert. Tijdens het functieonderzoek zijn alle bewegingsuitslagen vergroot. De turner is zowel hypermobiel in de voet als in alle andere gewrichten. Bij palpatie is de origo van de fascia plantaris gevoelig. De squeezetest bij het omvatten van de calcaneus veroorzaakt de meeste pijn bdz. Diagnose Morbus Sever.

Tijdens het lopen is er sprake van een eversie hiellanding. Waarna het midtarsaalgewricht hyperproneert  De gaitline blijft na het hielcontact vrij mediaal. Daarna loopt deze tijdens de toe-off fase netjes richting de halluci en digiti 2 beiderzijds. Er is geen opvallend links-rechts verschil zichtbaar.



Digitaal aangemeten podotherapeutische inlegzool: rctb 5mm, subcub 4mm, ascendans 5mm ppt in hielen en een HAI welke de gecorrigeerde voetboog volgt. Bij de eerste zoolcontrole na 8 weken was ze al redelijk tevreden aangezien ze tijdens haar ADL-activiteiten geen pijn meer ondervond aan de hielen. Maar de grootste problemen ondervond ze nog steeds tijdens het uitvoeren van haar turnpassie. Doordat ze bepaalde elementen niet kon oefenen vanwege de grondreactiekrachten op de hielen kon ze niet optimaal scoren op de wedstrijden.

Start turnpodotherapie
Via mond-tot-mond reclame is de turner in contact gekomen met de specialisatie podotherapie & turnen. Na het onderzoek is er een speciale inlegzool in de turnschoen gemaakt. Beiderzijds achterin de zool is een wigje geplaatst t om hethielbeen te corrigeren. Daar overheen een zachte laag om de grondreactiekrachten, welke de hiel krijgt te verduren, te verminderen/vertragen. Aangezien de hypermobiele voet tijdens de hoge belasting hyperproneert is er gekozen voor een ondersteuning onder de voetboog om zo de overmatige tractie van de fascia plantaris te reduceren. Omdat een flexibele turnschoen de voet niet kan stabiliseren is het raadzaam de HAI niet hoger te maken omdat de turn(st)er anders van de zool afglijdt. Er zijn geen voorvoetelementen geplaatst aangezien dit, in combinatie met de dichte turnschoen, de goede feeling met het toestel belemmerd. Uiteindelijk is de zool afgedekt met Sportex. 

emmett

Emmett-therapie:
Gedurende het eerste onderzoek is er ook meteen gestart met Emmett-therapie. De psoas is een hele belangrijke spiergroep die de borstwervels en de lendenwervels met onder andere de spieren van het bovendijbeen verbindt, net onder het heupgewricht. Het is de spiergroep die onder andere het S-I-gewricht bij het heiligbeen in evenwicht houdt.  Een goed werkende psoas voorkomt lage rugklachten, bekken- en nierproblemen en platvoeten. Verder heeft deze spiergroep een stabiliserende functie van de buikspieren. Door een zachte druk te geven op de juiste punten op het lijf ontspant de psoas en staat de turner meteen stabieler.
Door bepaalde ‘switches’’ uit te voeren rondom de calcaneus en op het dorsum van de voet is de cliënt amper meer om te duwen. Wat in dit geval voordelen heeft wat betreft de voetstand maar ook binnen de turnsport; hoe minder wiebels, des te minder puntenaftrek.
Daarnaast zijn er nog een aantal andere punten toegepast om direct de pijn te verminderen.
Nieuwsgierig? www.emmett-techniek.nl


Evaluatie
Acht  weken na het afleveren van de aangepaste turnschoen vond de eerste controle plaats.
Aangezien de turn(st)ers vaak van ver komen worden deze eerst altijd telefonisch uitgevoerd. Onderstaande recensie verteld het resultaat:

‘’Onze zoon heeft maanden gesukkeld met een hielblessure. De trainingen kon ze maar half meedoen en iedere week zaten we bij verschillende therapeuten. Vanaf Januari turnt ze met de op maat gemaakte schoentjes van David en het gaat supergoed. Hijheeft niet hoeven wennen aan de schoentjes. Hijis helemaal blessurevrij, ze traint 10 uur per week zonder klachten en/of pijn. Ook sprong en vloer kan ze weer volop meetrainen. De trainingen zijn weer leuk! Hijmag de schoentjes ook dragen op de wedstrijden. Ik kan het iedereen aanraden! Dank je wel David’’



Nabeschouwing
Uit dit onderzoek, en die van de vele andere turnklanten welke bij mij zijn geweest, is gebleken hoe belangrijk het is om een afwijkende voetstand te corrigeren bij een sport waarbij hoge piekbelasting optreedt. Schokdemping genereren of op bepaalde plaatsen druk reduceren behoort ook tot een succesvolle methode om de blessures aan te pakken. Sport en innovatie zal in de toekomst altijd blijven bestaan. Of zoals de directeur van KNGU zegt: Gymnovatie!

Scanner podo

Wil jij ook pijnvrij turnen?

Weet wat je doet…bij pijn aan de kindervoet

David Müskens is gespecialiseerd in het behandelen van (top)turners met zijn eigen ontwikkelde therapie in de turnschoen. Veel kinderen starten al op jonge leeftijd met sporten in de gymzaal. David is ervaren in het behandelen van kinderen met problemen aan de onderste extremiteit. 

De ontwikkeling:
De kindervoet kan niet vergeleken worden met de volwassen voet. Na de geboorte zijn nog niet alle botstructuren in de voet aanwezig. Tevens werken niet alle voet- en beenspieren optimaal. Dit heeft als gevolg dat voetjes van zuigelingen vaak een platte vorm hebben, dit komt omdat er onder de voet een dik vetkussen zit. Baby’s trappelen graag met hun voetjes, hierdoor worden de voetspieren geprikkeld in hun ontwikkeling. Te strakke sokken, te kleine schoenen of te strak ingestopte dekens mogen dit niet belemmeren. 

Rond het eerste levensjaar (10-18 maanden) zal een kind zijn eerste stapjes wagen. Zodra een kind zijn eigen lichaamsgewicht kan dragen zal hij of zij uit zichzelf gaan staan en lopen. Dit mag niet overdreven gestimuleerd worden aangezien de botten nog uit kraakbeen bestaan. Een kind gaat staan en lopen zodra de voet klaar is om het eigen lichaamsgewicht te dragen. Het is normaal dat de benen van baby’s een O-stand hebben. Dit vergemakkelijkt het nog onzekere voortbewegen aangezien het steunvlak wordt vergroot en hierdoor meer stabiliteit wordt gecreëerd. 

Rond het tweede jaar kan tijdens de groei een X-stand van de benen ontstaan. Meestal gaat dit tussen het zesde en het achtste jaar vanzelf over. Ook hebben kinderen in deze leeftijdsfase nog vaak platvoeten. Dit is niets zorgwekkends aangezien de stand van de X-benen zich herstelt  waarna de voeten en benen recht gaan staan. Tevens ontwikkelt zich dan een ‘normale’ voetboog. 

Tot de leeftijd van 8 jaar is er dus geen reden om ongerust te zijn als de stand van de kindervoet niet overeenkomt met wat voor die leeftijd gebruikelijk is. Kinderen geven niet altijd aan wanneer zij pijn hebben. Vaak geeft een plotseling veranderd looppatroon aan dat het kind pijn heeft. Let dus altijd goed op het looppatroon van een kind en neem bij aanhoudende problemen contact op met een huisarts of podotherapeut. Wanneer kinderen voetpijn aangeven verzinnen ze dit meestal niet. Neem het serieus en houd in de gaten waar, wanneer en hoeveel pijn er is. Ook hier: neem bij aanhoudende klachten contact op met een professional. Hieronder volgen drie veel voorkomende klachten.

kindervoet-ontwikkeling

Groeipijn
Het is bekend dat ongeveer 10% van de kinderen last heeft van groeipijnen. Deze groeipijnen zijn het meest voorkomend bij kinderen tussen de 4 en 14 jaar. Tijdens een groeispurt groeien de botten vaak harder dan de spieren. Dit resulteert vaak tot (tijdelijke) spierverkortingen, welke verhoogde spierspanning en een afwijkende biomechanica veroorzaken.

Achillespeesklachten
De achillespees is het uiteinde van twee samenkomende kuitspieren: de M. Gastrocnemius en de M. Soleus. Deze lange pees loopt aan de achterkant van het onderbeen naar beneden en hecht aan op het hielbeen. De achillespees verbindt de sterke kuitspieren met de voet en zorgt ervoor dat men op de tenen kan gaan staan. De achillespees is noodzakelijk om rechtop te kunnen lopen.

Achillespeesklachten kunnen acuut ontstaan aangezien kinderen vaak buiten spelen of sporten. Hierbij heb je vaak te maken met een plotseling start- en stopmoment en vele spring- en draaimomenten. In het acute stadium vertoont de achillespees duidelijk ontstekingsverschijnselen: roodheid, zwelling, warmte en pijn.

pijn achillespees turnen

Men spreekt over een chronische achillespeesblessure wanneer deze langer dan 6 weken aanwezig is.  De pijn bevindt zich meestal  ter hoogte van de aanhechting op de hiel of tot 6 cm hierboven. Chronische klachten ontstaan vaak als gevolg van een afwijkende, hypermobiele voetstand.  Tijdens belasting zakt de voetboog te ver naar beneden en draait het onderbeen te ver naar binnen.  Als gevolg hiervan ontstaan er vergrote trekkrachten aan de achillespees, met als gevolg pijnklachten. Wanneer blijkt dat de afwijkende voetstand de oorzaak is van de klacht is het verstandig podotherapeutische inlegzolen aan te meten met voldoende correctie en eventuele schokdemping. Daarnaast is het erg belangrijk om de kuitspieren goed te rekken.

Morbus Sever
Bij de klacht Morbus Sever bevindt de pijn zich in de groeischijf in de hiel. Deze specifieke pijnklachten komen vaak voor bij actieve kinderen tussen de 8 en 13 jaar. In deze leeftijd is de groeischijf nog niet gesloten. Het hielbeen en de voet zijn nog niet volgroeid. De Latijnse benaming voor hielbeen is Calcaneus. De buitenste schil hiervan noemt men de Apophyse. Een  ontstekingsreactie hiervan wordt ook wel Apophysitis Calcanei genoemd.

kinderpodotherapie

De oorzaken van deze klacht zijn; frequent blootsvoets lopen of intensieve lichamelijke activiteiten zoals buitenspelen of sporten.  Hierbij krijgen de voeten hoge grondreactiekrachten te verduren. Als gevolg hiervan ontstaat er een irritatie van de groeischijf.  Een bijkomende mogelijkheid waardoor de pijn wordt geprovoceerd is de afwijkende stand van het hielbeen. Röntgenfoto’s kunnen de aandoening aantonen, maar vaak zijn de leeftijd van de jonge sporter en de plaats van de pijn al voldoende om de diagnose te kunnen stellen. Wanneer je het hielbeen met één hand omvat en als een soort sinaasappel samenknijpt zal dit als erg pijnlijk worden ervaren. Door middel van het aanmeten van een podotherapeutische inlegzool met voldoende schokdemping achterin worden de grondreactiekrachten drastisch vermindert waardoor kinderen al snel weer hun activiteiten kunnen oppakken.

 

Podotherapeutische zolen:
Samengevat is het tot een jaar of acht niet noodzakelijk om podotherapeutische zolen aan te meten aangezien het kinderlijf dan nog volop in ontwikkeling is. Uitzonderingen hierbij zijn een afwijkend gangpatroon, klagen over pijn of frequent zwikken of struikelen.  Voetversterkende oefeningen kunnen soms ook al de oplossing bieden. 

kinderzolen


Schoenadvies:
 Bij jonge kinderen is blootvoets lopen de beste voetentraining. Het lopen op vuil en erg ongelijk terrein brengt natuurlijk risico’s met zich mee zoals het oplopen van wondjes of verzwikkingen. In deze omstandigheden is het raadzaam schoenen te dragen.

 Een aantal belangrijke punten waar de schoen aan moet voldoen zijn:
 - Een goed stevig omsloten contrefort (hielpartij).
 - Een hoge wreefsluiting om schuiven in de schoen te voorkomen.
 - In verband met de groei en afwikkeling van de voet 1 cm lengtetoegift.
 - De juiste breedtemaat.
 - Een lage brede hak van maximaal 2 cm.
 - Een loopzool met het buigpunt onder de bal van de voet.
 - Bij voorkeur een rubberen zool met profiel aangezien dit meer schokdemping geeft en zorgt voor goede grip met de ondergrond.

Goede schoen:


mooie goede kinderschoen

Slechte schoen:
slechte schoen


Afspraak maken? www.turnintogold.com/contact
Niet alleen voor turn(st)ers. 




Place comment