Innovatieve inlegzolen voor topturner

Turn(st)ers kampen vaak met chronische blessures. Hierbij maken ze gebruik van tijdelijke therapieën zoals taping en braces welke telkens opnieuw moeten worden aangebracht.  Daarbij wordt de daadwerkelijke oorzaak van de klacht niet aangepakt;  de afwijkende voetstand en voetfunctie.  Om deze aan te pakken is de podotherapeutische inlegzool de ideale oplossing. Maar deze worden alleen gedragen in het dagelijkse schoeisel en niet tijdens het turnen. Terwijl  juist hier   de voeten en knieën de grootste belasting krijgen te verduren. Een speciaal ontwikkelde zooltherapie voor in de turnschoen biedt hiervoor de uitkomst. Daarnaast wordt bij acute klachten een beroep gedaan op de creativiteit van de desbetreffende podotherapeut. 

 

Anamnese
Turner, 10 jaar, welke 8-12 uur per week traint krijgt steeds vaker last van pijn in de hielen beiderzijds. Tijdens ADL zijn de klachten af en toe aanwezig maar de pijn speelt vooral op tijdens het turnen. Hoe hoger de belasting hoe meer pijn. Na een intensieve avondtraining kan de pijn in de ochtend soms ook nog aanwezig zijn met als gevolg een antalgische tenengang. VAS-score 6. 

 

De turntoestellen sprong en vloer leveren de meeste problemen op. Springen en landen veroorzaken de meeste pijn. Vloerelementen worden geoefend op een zachte opblaasbare tumblingbaan. Dit levert meestal geen problemen op. Het uitvoeren van de series zoals arabier-flikflak-salto-1/1 schroef en salto voorover-arabier-streksalto op de vierkante harde vloer veroorzaakt pijn. Soms moet de training op dit toestel dan ook worden gestaakt.
 Het uitvoeren van sprong met behulp van een plankoline (combinatie van plank en trampoline) kan ze in de training goed volhouden. Wanneer er met een ‘normale’ harde plank wordt gesprongen kan dit maximaal 6x. Ook het landen op de officiële wedstijdmatten in plaats van in de valkuil met schuimblokken levert pijn op in de hielen.
 

Eerdere therapieën:
De turner heeft afgelopen maanden in overleg met de train(st)ers en fysiotherapeut allereerst de trainingen aangepast. De vloerseries werden vooral uitgevoerd op de zachte tumblingbaan en de sprong op de plankoline. Per training werden deze maximaal 3 keer geoefend op de officiële wedstrijdtoestellen. Dit verzachte de pijn wel maar wanneer er weer werd opgebouwd naar het oude schema kwam de klacht weer duidelijk opzetten. Pure rust door twee weken niet te trainen gaf hetzelfde resultaat.  
 Tevens heeft ze tijdens het turnen nog een soort enkelbrace gedragen waar lichte schokdemping achterin zat maar deze bood onvoldoende resultaat. Cure tape zorgde ervoor dat ze de trainingen iets beter kon volhouden maar was nog niet de oplossing.
 

Turnen en (literatuur)onderzoek
Uit onderzoek van TNO blijkt dat 35% van de turnblessures ontstaat als gevolg van een verkeerde landing¹.  Balk, vloer en sprong bevinden zich hierdoor in de top drie van meest blessuregevoelige turntoestellen. Bij een landing  moet het gehele lichaamsgewicht worden opgevangen door een of beide voeten waarbij de turn(st)er in een klap stil moet staan zonder uitstappas. Hierbij werken grote reactiekrachten in op de onderste extremiteit, tot soms wel 15x het lichaamsgewicht2. In combinatie met een hoge trainingsintensiteit heeft dit een verhoogd  risico op aandoeningen van de fascia plantaris. Hoe harder de ondergrond hoe nadeliger voor de klacht3

Acute klachten ontstaan twee maal zo vaak in trainingen tijdens het voorseizoen dan op wedstrijden. Hier worden vaak hogere risico’s genomen bij het oefenen van nieuwe elementen4. Het beste moment om te trainen is tussen twee en zes uur ’s middags. Hier piekt de spierkracht  met 6% ten opzichte van andere momenten op de dag. Je oog-handcoördinatie is ook het beste aan het eind van de middag. Gewrichten en spieren zijn in de avond zo’n twintig procent flexibeler5


Een turner kan niet jong genoeg beginnen met het ontwikkelen van zijn talent. Een nadeel is dat wIn de loop der 16 jaar, het tempo van de verwonding in concurrentie was meer dan 2 keer zo hoog als in de praktijk (15,19 versus 6,07 blessures per 1000 atleet-opnamen; rate ratio = 2,5, 95% betrouwbaarheidsinterval [BI] = 2,3, 2,8).anneer er op jonge leeftijd te hoge inspanning wordt gevraagd dit zorgt voor verminderde afgifte van hormonen door het endocriene systeem. Dit kan zorgen voor vertraagde groei, verlate puberteit, verlate menstruatie etc. Gelukkig blijkt uit onderzoek dat deze achterstand tijdens rustperioden of op latere leeftijd weer wordt ingehaald. Maar als gevolg van de verlate ontwikkeling kunnen er osteo-articulaire pathologiën ontstaan wat het risico op verstuiking, ontwrichting en fracturen verhoogd 6. Een ander belangrijk punt wat betreft het lichaam is de verhouding tussen het gewicht en de hoeveelheid kracht bij de turn(st)er. Bij het uitvoeren van een bepaalde  oefening op een  toestel komt er bij de gecoördineerde beweging  explosieve kracht kijken en moet het er tegelijkertijd sierlijk uitzien.   Hoe lichter de massa van het lijf en hoe groter de spiermassa, hoe krachtiger en dynamischer de sporter7

  Start podotherapie
 Augustus 2015 is er onderzoek verricht door een collega podotherapeut. De meest opvallende bevindingen: calcaneo- en mediotarsusvalgus beiderzijds. Daarnaast is er een lichte genua valga-stand waarbij de patella endotoreert. Tijdens het functieonderzoek zijn alle bewegingsuitslagen vergroot. De turner is zowel hypermobiel in de voet als in alle andere gewrichten. Bij palpatie is de origo van de fascia plantaris gevoelig. De squeezetest bij het omvatten van de calcaneus veroorzaakt de meeste pijn bdz. Diagnose Morbus Sever.
 Tijdens het lopen is er sprake van een eversie hiellanding. Waarna het midtarsaalgewricht hyperproneert  De gaitline blijft na het hielcontact vrij mediaal. Daarna loopt deze tijdens de toe-off fase netjes richting de halluci en digiti 2 beiderzijds. Er is geen opvallend links-rechts verschil zichtbaar. 

Digitaal aangemeten podotherapeutische inlegzool: rctb 5mm, subcub 4mm, ascendans 5mm ppt in hielen en een HAI welke de gecorrigeerde voetboog volgt. Bij de eerste zoolcontrole na 8 weken was ze al redelijk tevreden aangezien ze tijdens haar ADL-activiteiten geen pijn meer ondervond aan de hielen. Maar de grootste problemen ondervond ze nog steeds tijdens het uitvoeren van haar turnpassie. Doordat ze bepaalde elementen niet kon oefenen vanwege de grondreactiekrachten op de hielen kon ze niet optimaal scoren op de wedstrijden.



Start turnpodotherapie
 
Via mond-tot-mond reclame is de turner in contact gekomen met de specialisatie podotherapie & turnen. Na het onderzoek is er een specifieke turnzool in de turnschoen gemaakt:  beiderzijds achterin de zool is een wigje geplaatst om de stand van het hielbeen te corrigeren. Daar overheen een zachte laag om de grondreactiekrachten, welke de hiel krijgt te verduren, te verminderen/vertragen. Aangezien de hypermobiele voet tijdens de hoge belasting hyperproneert is er gekozen voor een ondersteuning onder de voetboog om zo de overmatige tractie van de fascia plantaris te reduceren. Omdat een flexibele turnschoen de voet niet kan stabiliseren is het raadzaam de HAI niet hoger te maken omdat de turn(st)er anders van de zool afglijdt. Er zijn geen voorvoetelementen geplaatst aangezien dit, in combinatie met de dichte turnschoen, de goede feeling met het toestel belemmerd. Uiteindelijk is de zool afgedekt met Sportex.  


Emmett-therapie:
 Gedurende het eerste onderzoek is er ook meteen gestart met Emmett-therapie. De psoas is een hele belangrijke spiergroep die de borstwervels en de lendenwervels met onder andere de spieren van het bovendijbeen verbindt, net onder het heupgewricht. Het is de spiergroep die onder andere het S-I-gewricht bij het heiligbeen in evenwicht houdt.  Een goed werkende psoas voorkomt lage rugklachten, bekken- en nierproblemen en platvoeten. Verder heeft deze spiergroep een stabiliserende functie van de buikspieren. Door een zachte druk te geven op de juiste punten op het lijf ontspant de psoas en staat de turner meteen stabieler.
 Door bepaalde ‘switches’’ uit te voeren rondom de calcaneus en op het dorsum van de voet is de cliënt amper meer om te duwen. Wat in dit geval voordelen heeft wat betreft de voetstand maar ook binnen de turnsport; hoe minder wiebels, des te minder puntenaftrek.
 Daarnaast zijn er nog een aantal andere punten toegepast om direct de pijn te verminderen.
 Nieuwsgierig? www.emmett-techniek.nl

 Evaluatie

 Acht  weken na het afleveren van de aangepaste turnschoen vond de eerste controle plaats.
 Aangezien de turn(st)ers vaak van ver komen worden deze eerst altijd telefonisch uitgevoerd. Onderstaande recensie verteld het resultaat: 

‘’Onze zoon heeft maanden gesukkeld met een hielblessure. De trainingen kon ze maar half meedoen en iedere week zaten we bij verschillende therapeuten. Vanaf Januari turnt ze met de op maat gemaakte schoentjes van David en het gaat supergoed. Ze heeft niet hoeven wennen aan de schoentjes. Ze is helemaal blessurevrij, ze traint 10 uur per week zonder klachten en/of pijn. Ook sprong en vloer kan ze weer volop meetrainen. De trainingen zijn weer leuk! Ze mag de schoentjes ook dragen op de wedstrijden. Ik kan het iedereen aanraden! Dank je wel David’’


Nabeschouwing
 
Uit dit onderzoek, en die van de vele andere turnklanten welke bij mij zijn geweest, is gebleken hoe belangrijk het is om een afwijkende voetstand te corrigeren bij een sport waarbij hoge piekbelasting optreedt. Schokdemping genereren of op bepaalde plaatsen druk reduceren behoort ook tot een succesvolle methode om de blessures aan te pakken. Sport en innovatie zal in de toekomst altijd blijven bestaan. Of zoals de directeur van KNGU zegt: Gymnovatie!

 

Bronnen:

1 Cashmere, T. (1990). Medial Longitudinal Arch of the Foot: Stationary Versus Walking Measures. Foot & Ankle International , volume 20, 112-117
 2 Léglise, M. (1997). Limits on Young Gymnasts' Involvement in High-Level. International Gymnastics Federation .
 3 Dowshen, S. (2008). Gymnatic-related injuries to children treated in emergency departed in the US . pediatrics
 4 Marshall, S. W. (2007). Descriptive Epidemiology of Collegiate Women's Gymnastics Injuries: National Collegiate Athletic Association Injury Surveillance System, 1988–1989 Through 2003–2004 . Athl Train , 234-240
 5 Kamani, A. (2004). Relationship between foot angles and hypermobility scores and assessment of foot types in hypermobile individuals. Foot & Ankle International 5 , 101-106
 6 Micheli, L. (1983). Overuse injuries in children's sports: The growth factor. Orth clinic North am 14 , 337-360.
 7 R.Kregting. (2004). Gymnastics. World of sportscience

 

 

Meer info:
www.turnpodotherapie.com
www.facebook.com/turnpodotherapie
www.linked.com/davidmuskens